Ze zijn er eindelijk: de foto's.
https://flic.kr/s/aHskLRAuCb
Bolivia
maandag 7 november 2016
zondag 9 oktober 2016
Filmpkes
Binnenin de Cerro Rico zilvermijn was er even een rustig moment zodat het volgende filmpje kon gemaakt worden.
In het noorden zagen we honderden van deze Capibara's langs de oevers van de Yacuma-rivier, in gezelschap van evenvele kaaimannen.
In het zuiden van Bolivia, op net geen 5000m hoogte zagen we deze modderpoelen en geiser.
In het noorden zagen we honderden van deze Capibara's langs de oevers van de Yacuma-rivier, in gezelschap van evenvele kaaimannen.
donderdag 29 september 2016
Gedaan
Onze laatste dag in La Paz en in Bolivië. We lopen nog wat rond door de stad en gaan op jacht naar souvenirs in het centrum.
Het is vandaag prachtig weer en heel warm tot in de late namiddag wanneer er een wolkendek over ons trekt. In de schaduw koelt het onmiddellijk sterk af.
Onze laatste maaltijd is weer, zoals altijd, een enorme berg voedsel, waarvan we een groot deel niet op krijgen. Het valt nu pas op hoe smakeloos het eten hier is in vergelijking met de verse etenswaren uit het laagland. Bolivianen eten veel, maar de keuken valt in het algemeen nogal tegen. Weinig variatie, weinig smaak, weinig (geen) saus bij het eten.
Morgen vliegen we eerst een uur van La Paz naar Santa Cruz. Tegen de middag vertrekken we daar naar Madrid, een 12-uren durende vlucht en van Madrid is het nog meer dan 2 uren naar Brussel. Tenslotte nog een half uur trein naar Antwerpen en tegen de middag (zaterdag) zouden we moeten aankomen.
Voor de geïnteresseerden: binnen een aantal weken zullen er nog wat foto's volgen op deze blog.
Groetjes,
Pascal & Veerle
Het is vandaag prachtig weer en heel warm tot in de late namiddag wanneer er een wolkendek over ons trekt. In de schaduw koelt het onmiddellijk sterk af.
Onze laatste maaltijd is weer, zoals altijd, een enorme berg voedsel, waarvan we een groot deel niet op krijgen. Het valt nu pas op hoe smakeloos het eten hier is in vergelijking met de verse etenswaren uit het laagland. Bolivianen eten veel, maar de keuken valt in het algemeen nogal tegen. Weinig variatie, weinig smaak, weinig (geen) saus bij het eten.
Morgen vliegen we eerst een uur van La Paz naar Santa Cruz. Tegen de middag vertrekken we daar naar Madrid, een 12-uren durende vlucht en van Madrid is het nog meer dan 2 uren naar Brussel. Tenslotte nog een half uur trein naar Antwerpen en tegen de middag (zaterdag) zouden we moeten aankomen.
Voor de geïnteresseerden: binnen een aantal weken zullen er nog wat foto's volgen op deze blog.
Groetjes,
Pascal & Veerle
woensdag 28 september 2016
Anaconda (nie vinden)
Omdat slangen koudbloedig zijn mogen wij wat langer slapen. Tegen half negen vertrekken we met de boot en een paar rubberlaarzen om op zoek te gaan naar anaconda's die ondertussen in de zon zouden moeten liggen opwarmen. We varen een eindje stroomafwaarts en leggen dan aan, om van hieruit nog een stukje te stappen.
Al snel komen we aan een open gebied en stappen eerst door een soort riet van 1,5m hoog en dan door kniehoog gras. In de verte zien we een plas water waar enkele grote vogels en een hoop eenden in zitten. Naarmate we deze vijver naderen wordt de ondergrond natter en modderig. Er zitten ook enkele kaaimannen in het gras en in het water, maar die bewegen niet veel.
Hier zouden anaconda's verscholen in het gras moeten liggen en dus stappen we wat rond. Ik veronderstel dat de manier om zo'n beest te vinden gebeurt door er op te stappen, want in het dichte gras is niet veel te zien. We hebben elk een stok maar die dient alleen om het evenwicht te bewaren wanneer we dieper dan verwacht wegzakken in de modder.
Na een half uurtje komen er nog een 3-tal toeristen met gids aangestrompeld. Deze gids gaat iets systematischer te werk en duwt en trekt het gras uiteen met zijn stok. Helaas, we vinden geen slang.
Het is warm. We lopen hier zonder enige beschutting voor de zon en lopen al snel rood aan en staan wat te kijken hoe de 2 gidsen tevergeefs blijven zoeken. Uiteindelijk geven we het op, het is veel te heet, en we lopen terug naar de boot.
De koude douche is heerlijk en in de hangmat rusten we nog wat tot het middagmaal. Daarna is het terug de auto in voor een lange rit naar Rurrenanbaque, waar de luchthaven is. Alles verloopt vlot en net voor zonsondergang landen we in een wolkenloos La Paz. De rit naar het hotel duurt dan weer langer door de vele files. Na 3 dagen propere lucht vallen de geuren in La Paz des te harder op. De hoogte zijn we precies al wat gewoon, want het gehijg blijft uit.
Al snel komen we aan een open gebied en stappen eerst door een soort riet van 1,5m hoog en dan door kniehoog gras. In de verte zien we een plas water waar enkele grote vogels en een hoop eenden in zitten. Naarmate we deze vijver naderen wordt de ondergrond natter en modderig. Er zitten ook enkele kaaimannen in het gras en in het water, maar die bewegen niet veel.
Hier zouden anaconda's verscholen in het gras moeten liggen en dus stappen we wat rond. Ik veronderstel dat de manier om zo'n beest te vinden gebeurt door er op te stappen, want in het dichte gras is niet veel te zien. We hebben elk een stok maar die dient alleen om het evenwicht te bewaren wanneer we dieper dan verwacht wegzakken in de modder.
Na een half uurtje komen er nog een 3-tal toeristen met gids aangestrompeld. Deze gids gaat iets systematischer te werk en duwt en trekt het gras uiteen met zijn stok. Helaas, we vinden geen slang.
Het is warm. We lopen hier zonder enige beschutting voor de zon en lopen al snel rood aan en staan wat te kijken hoe de 2 gidsen tevergeefs blijven zoeken. Uiteindelijk geven we het op, het is veel te heet, en we lopen terug naar de boot.
De koude douche is heerlijk en in de hangmat rusten we nog wat tot het middagmaal. Daarna is het terug de auto in voor een lange rit naar Rurrenanbaque, waar de luchthaven is. Alles verloopt vlot en net voor zonsondergang landen we in een wolkenloos La Paz. De rit naar het hotel duurt dan weer langer door de vele files. Na 3 dagen propere lucht vallen de geuren in La Paz des te harder op. De hoogte zijn we precies al wat gewoon, want het gehijg blijft uit.
dinsdag 27 september 2016
Rivier
Om 7 uur vertrekken we opnieuw met de kano, dit keer stroomopwaarts. Deze keer komen we nog meer kaaimannen tegen. Soms zien we alleen de ogen boven water, soms glijden ze van de oever het water in om dan op een meter van onze boot kopje onder te gaan, meestal liggen ze aan de rand van het water naar ons te loeren. Door de lage waterstand in dit droge seizoen is de rivier maar een 5-tal meter breed en dus zien we alle dieren heel dichtbij.
Er liggen ook vele waterschildpadden te zonnen op takken om dan, wanneer we naderen, in het water te glijden waarna we alleen nog maar de kop zien boven steken, tot deze ook verdwijnt en enkel een spoor bubbels overblijft. Sommigen zitten wat hoger op de oever eieren te leggen in het zand. Op de terugweg zien we een Caracara hiervan smullen.
De roze rivierdolfijn is bij deze lage waterstand heel schuw, maar we zien er toch een paar even bovenkomen. In het regenseizoen, wanneer de rivier 3 tot 4 meter dieper is dan nu, kan er gezwommen worden met deze dieren.
Het duurt lang eer we vinden waar we naar op zoek zijn maar eindelijk zien we een paar brulapen in een hoge boom ver op de oever. Een moeder draagt een kleine op de buik, maar ze verdwijnen al snel uit het zicht.
Pas op de terugweg zien we de andere van 3 soorten apen die hier zitten: kleine yellow squirrel monkeys. Deze zijn wel heel nieuwsgierig en wanneer we de kano tegen de oever leggen komen ze tot op 1 meter afstand om ons te bekijken en wat te drinken uit de rivier. Nu wij er zijn komt er geen kaaiman in de buurt en zijn ze veilig.
Wanneer we 's middags wat uitrusten zien we in de bomen rond onze hut enkele capucijnapen van tak naar tak springen.
In de namiddag gaan we vissen op piranha's. We varen de rivier terug stroomafwaarts af, deze keer verder dan de eerste dag en maken de boot vast aan wat takken op een beschaduwd plekje. Dan krijgen we elk een stukje hout waar wat nylontouw rond gedraaid is en een haakje aan zit. In een potje liggen wat kleine stukjes vlees waarvan we er telkens 1 op het haakje prikken. Het ligt nog geen 5 seconden in het water of een wirwar van kleine visjes vreet het haakje kaal. Vleesje na vleesje prikken we op de haak maar we vangen niets. Eigenlijk zijn we gewoon piranha's aan het voederen. Ons gids is er beter in en vangt al snel 2 grote exemplaren. De kleine tandjes zijn vlijmscherp en voorzichtig verwijdert hij de haak. De vis zal vanavond voor ons klaargemaakt worden.
Terwijl wij liggen aan te modderen zien we enkele meter verder twee dolfijnen die af toe komen lucht happen. Hun lange snuiten zijn mooi roze, de rugvin is grijs. De dolfijnen zwemmen ons rustig voorbij en wanneer we even later zelf ook vertrekken, komen we ze in een volgende bocht terug tegen. Onze gids neemt een bijna lege fles water en gooit die in de rivier. Het duurt even en dan zien we een van de dolfijnen de fles in zijn bek nemen en ermee onder water verdwijnen. De fles is weg. Enkele minuten zien we niets meer, behalve af en toe de rug van een dolfijn, maar dan plopt de fles terug boven water. We vissen ze eruit en gooien ze nog eens, en jawel, de dolfijnen willen spelen en pakken ze weer.
De zon is ondertussen aan het ondergaan en nadat we de fles hebben gerecupereerd varen we verder, terug naar huis. Bij aankomst krijgen we weer een sapje en geven we de vissen aan de kokkin. Er zit niet veel vlees maar ze zijn wel lekker. We gaan weer vroeg slapen.
Er liggen ook vele waterschildpadden te zonnen op takken om dan, wanneer we naderen, in het water te glijden waarna we alleen nog maar de kop zien boven steken, tot deze ook verdwijnt en enkel een spoor bubbels overblijft. Sommigen zitten wat hoger op de oever eieren te leggen in het zand. Op de terugweg zien we een Caracara hiervan smullen.
De roze rivierdolfijn is bij deze lage waterstand heel schuw, maar we zien er toch een paar even bovenkomen. In het regenseizoen, wanneer de rivier 3 tot 4 meter dieper is dan nu, kan er gezwommen worden met deze dieren.
Het duurt lang eer we vinden waar we naar op zoek zijn maar eindelijk zien we een paar brulapen in een hoge boom ver op de oever. Een moeder draagt een kleine op de buik, maar ze verdwijnen al snel uit het zicht.
Pas op de terugweg zien we de andere van 3 soorten apen die hier zitten: kleine yellow squirrel monkeys. Deze zijn wel heel nieuwsgierig en wanneer we de kano tegen de oever leggen komen ze tot op 1 meter afstand om ons te bekijken en wat te drinken uit de rivier. Nu wij er zijn komt er geen kaaiman in de buurt en zijn ze veilig.
Wanneer we 's middags wat uitrusten zien we in de bomen rond onze hut enkele capucijnapen van tak naar tak springen.
In de namiddag gaan we vissen op piranha's. We varen de rivier terug stroomafwaarts af, deze keer verder dan de eerste dag en maken de boot vast aan wat takken op een beschaduwd plekje. Dan krijgen we elk een stukje hout waar wat nylontouw rond gedraaid is en een haakje aan zit. In een potje liggen wat kleine stukjes vlees waarvan we er telkens 1 op het haakje prikken. Het ligt nog geen 5 seconden in het water of een wirwar van kleine visjes vreet het haakje kaal. Vleesje na vleesje prikken we op de haak maar we vangen niets. Eigenlijk zijn we gewoon piranha's aan het voederen. Ons gids is er beter in en vangt al snel 2 grote exemplaren. De kleine tandjes zijn vlijmscherp en voorzichtig verwijdert hij de haak. De vis zal vanavond voor ons klaargemaakt worden.
Terwijl wij liggen aan te modderen zien we enkele meter verder twee dolfijnen die af toe komen lucht happen. Hun lange snuiten zijn mooi roze, de rugvin is grijs. De dolfijnen zwemmen ons rustig voorbij en wanneer we even later zelf ook vertrekken, komen we ze in een volgende bocht terug tegen. Onze gids neemt een bijna lege fles water en gooit die in de rivier. Het duurt even en dan zien we een van de dolfijnen de fles in zijn bek nemen en ermee onder water verdwijnen. De fles is weg. Enkele minuten zien we niets meer, behalve af en toe de rug van een dolfijn, maar dan plopt de fles terug boven water. We vissen ze eruit en gooien ze nog eens, en jawel, de dolfijnen willen spelen en pakken ze weer.
De zon is ondertussen aan het ondergaan en nadat we de fles hebben gerecupereerd varen we verder, terug naar huis. Bij aankomst krijgen we weer een sapje en geven we de vissen aan de kokkin. Er zit niet veel vlees maar ze zijn wel lekker. We gaan weer vroeg slapen.
maandag 26 september 2016
Pampas de Yacuma
Op dit vroege uur verloopt de rit naar de luchthaven zeer vlot. Na onze ervaring op Isla del Sol hebben we besloten alleen handbagage mee te nemen. De vlucht naar Rurrenabaque staat mooi aangekondigd, vertrek om 7u30, tot er plots iets wordt omgeroepen waarvan ik alleen 'mettalurgico' versta en dat er meer info om 8u komt. Het valt uiteindelijk nog mee en tegen kwart voor 8 gaat er iemand ons voor de tarmac op, tot aan een piepklein vliegtuig. Het is een Fairchild, 2 propellers en hij zit vol: 19 personen (op de achterbank zitten er 3 naast mekaar).
Met veel lawaai stijgen we op en maken snel hoogte om dan vlak over de besneeuwde toppen van de Andes te vliegen. Er zijn vandaag geen wolken op deze hoogte, maar eens erover zien we alleen nog maar een wolkentapijt. De vlucht duurt 45 minuten en is vooral een afdaling: van 6000m naar 200m op een half uur. Nog voor de deur opengaat voelen we de warme vochtige tropische lucht. Het is hier meer dan 30° en dat is alweer 3 weken geleden.
Een taxi brengt ons 10 minuten verder naar het kantoor van een reisbureau (Bala tours) waar een andere auto en onze gids ons opwachten. Dan is het een rit van 3 uren naar het noorden over een heel stoffige weg. De voorliggers maken soms zoveel stof dat het zicht volledig wegvalt en we even moeten stoppen tot het gaat liggen.
Uiteindelijk komen we aan de refugio Los Caracoles, waar we de komende 3 dagen verblijven. Het is een onder de palmbomen gelegen groepje houten hutjes met strooien dak, allemaal 1 meter boven de grond en met rondom grote met muggengaas beklede ramen. In de eetzaal, een groter model hut, krijgen we al direct eten. We hebben nog even tijd om te rusten in de hangmatten voor onze slaaphut en stappen om 15u in onze houten kano waarmee we de vlakbij gelegen rivier stroomafwaarts bevaren.
De bruine rivier kronkelt door de savanne en in de bomen en struiken op de oever zien we massa's vogels: reigers, aalscholvers, paradijsvogels, kingfishers en nog vele andere waarvan de naam niet onthouden wordt. Op de oevers en in het water zitten capibara's en kaaimannen, soms alleen, meestal in groepjes. Onder een struik vinden we een kraamkamer van wel 20 kleine kaaimannen en ook de capibara's hebben tot wel 8 baby's rondlopen.
Op het einde van de rit stappen we even aan wal om de zonsondergang te bekijken en maken we kennis met de andere bewoners, hetgeen we pas bij terugkomst beseffen wanneer we de vele muggenbeten onder hemd en broek tellen. De terugtocht is eerst in de schemering, vergezeld door vele grote vleermuizen die vlak over het water scheren, en daarna in het donker. De ogen van de kaaimannen lichten rood op in het licht van onze zaklampen.
Zwetend en begeleid door het geluid van veel nachtdieren kruipen we onder ons muskietennet voor een eerste nacht sinds 3 weken op een normale hoogte.
Met veel lawaai stijgen we op en maken snel hoogte om dan vlak over de besneeuwde toppen van de Andes te vliegen. Er zijn vandaag geen wolken op deze hoogte, maar eens erover zien we alleen nog maar een wolkentapijt. De vlucht duurt 45 minuten en is vooral een afdaling: van 6000m naar 200m op een half uur. Nog voor de deur opengaat voelen we de warme vochtige tropische lucht. Het is hier meer dan 30° en dat is alweer 3 weken geleden.
Een taxi brengt ons 10 minuten verder naar het kantoor van een reisbureau (Bala tours) waar een andere auto en onze gids ons opwachten. Dan is het een rit van 3 uren naar het noorden over een heel stoffige weg. De voorliggers maken soms zoveel stof dat het zicht volledig wegvalt en we even moeten stoppen tot het gaat liggen.
Uiteindelijk komen we aan de refugio Los Caracoles, waar we de komende 3 dagen verblijven. Het is een onder de palmbomen gelegen groepje houten hutjes met strooien dak, allemaal 1 meter boven de grond en met rondom grote met muggengaas beklede ramen. In de eetzaal, een groter model hut, krijgen we al direct eten. We hebben nog even tijd om te rusten in de hangmatten voor onze slaaphut en stappen om 15u in onze houten kano waarmee we de vlakbij gelegen rivier stroomafwaarts bevaren.
De bruine rivier kronkelt door de savanne en in de bomen en struiken op de oever zien we massa's vogels: reigers, aalscholvers, paradijsvogels, kingfishers en nog vele andere waarvan de naam niet onthouden wordt. Op de oevers en in het water zitten capibara's en kaaimannen, soms alleen, meestal in groepjes. Onder een struik vinden we een kraamkamer van wel 20 kleine kaaimannen en ook de capibara's hebben tot wel 8 baby's rondlopen.
Op het einde van de rit stappen we even aan wal om de zonsondergang te bekijken en maken we kennis met de andere bewoners, hetgeen we pas bij terugkomst beseffen wanneer we de vele muggenbeten onder hemd en broek tellen. De terugtocht is eerst in de schemering, vergezeld door vele grote vleermuizen die vlak over het water scheren, en daarna in het donker. De ogen van de kaaimannen lichten rood op in het licht van onze zaklampen.
Zwetend en begeleid door het geluid van veel nachtdieren kruipen we onder ons muskietennet voor een eerste nacht sinds 3 weken op een normale hoogte.
zondag 25 september 2016
Inca
Vanmorgen hangen er nog flink wat wolken, maar dat duurt niet lang. We vertrekken met al onze bagage, veel te veel dus, richting dorp om daar via de Inca-trap, een redelijk steil pad, af te dalen naar de baai waar de boten liggen. Halverwege komen we aan een bron waar uit 3 gaten water spuit. Volgens de gids komt dit van aan de overkant van het meer uit de gletsjers en wordt het onder het meer door geperst tot hier. Dankzij dit water is het hier groen en staan er enkele bomen, de grootste zijn eucalyptusbomen, ooit meegebracht uit Australië. Vanaf hier zijn het nog een 200-tal treden tot aan het water.
Isla del Sol zou de geboorteplaats van de Inca,s zijn. De twee stichters Manco Capac en Mama Ocllo zouden naar hier gevlucht zijn toen het Tiwanaku-rijk ten onder ging door een grote droogte, waardoor het Titicacameer 40 meter lager kwam te liggen. In het noorden van het eiland zouden, volgens de Inca's, de zon en de maan geboren zijn. Omdat het meer veel lager was wordt zelfs gedacht dat Atlantis hier ligt. In ieder geval is Cousteau hier nog op zoek gegaan naar ondertussen onder het water liggende tempels en paleizen, zonder succes evenwel. Dankzij het bewakingswerk van zeemeerminnen is de stad nog altijd niet gevonden.
Wij nemen de boot naar het noorden en stappen vervolgens via een niet al te steil pad nog verder noordwaarts, tot een belangrijke rots waar zowel een poema (Titi = poema, Caca = grijs) als het hoofd van Viracocha zouden te zien zijn. In de Incatijd was deze rots volledig bedekt met goud en zilver maar nu is er heel veel verbeelding nodig om er iets figuratief in te zien. Viracocha was trouwens een soort god, met baard en snor , wat geen Indiaanse kenmerken zijn. Het is een van de redenen waarom de spanjaarden dit volk zo gemakkelijk konden onderwerpen, want zij hadden wel haargroei op het gezicht waardoor de Inca's dachten dat hun god was teruggekeerd.
Enkele meters voorbij de rots liggen de ruïnes van een tempel, het labyrinth (La Chincana). Het is een wirwar van kamertjes en gangen waarvan nu alleen de muren nog rechtstaan.
We blijven niet lang want we moeten de boot van 13u30 halen, die ons terugbrengt naar het zuiden, waar we eten en op de boot terug naar Copacabana wachten. Terwijl we wachten zien we de een na de andere boot aankomen met plaatselijke bevolking die voorraad zijn gaan inslaan op het vasteland. Langs de andere kant komen anderen aan met ezels die als transportmiddel zullen gebruikt worden. Het is een kleurrijk spektakel, vooral omdat het zondag is en iedereen op zijn best gekleed is.
De busrit naar La Paz is ook een beleving. In het donker, iedereen toeterend voorbijstekend, doorreen geschud op de vele omleggingen omdat aan de weg gewerkt wordt, bereiken we tegen 23u het busstation. Onderweg, in El Alto zien we apocalyptische taferelen: mensen die tussen de graafmachines aan een eetkraampje staan, wolkjes damp uitblazend van de kou, een troep van wel 20 honden die even verder in het ronde schijnsel van een straatlantaarn rond een berg opengescheurd vuilnis staan te eten, mensen die haastig hun weg naar huis zoeken en daarbij het verkeer moeten zien te ontwijken want auto's stoppen hier niet voor voetgangers, bussen niet voor auto's.
Gelukkig is er vervoer naar ons hotel geregeld en kunnen we snel in bed kruipen want morgen moeten we er al om 5u uit om onze vlucht naar de Amazone te halen.
Isla del Sol zou de geboorteplaats van de Inca,s zijn. De twee stichters Manco Capac en Mama Ocllo zouden naar hier gevlucht zijn toen het Tiwanaku-rijk ten onder ging door een grote droogte, waardoor het Titicacameer 40 meter lager kwam te liggen. In het noorden van het eiland zouden, volgens de Inca's, de zon en de maan geboren zijn. Omdat het meer veel lager was wordt zelfs gedacht dat Atlantis hier ligt. In ieder geval is Cousteau hier nog op zoek gegaan naar ondertussen onder het water liggende tempels en paleizen, zonder succes evenwel. Dankzij het bewakingswerk van zeemeerminnen is de stad nog altijd niet gevonden.
Wij nemen de boot naar het noorden en stappen vervolgens via een niet al te steil pad nog verder noordwaarts, tot een belangrijke rots waar zowel een poema (Titi = poema, Caca = grijs) als het hoofd van Viracocha zouden te zien zijn. In de Incatijd was deze rots volledig bedekt met goud en zilver maar nu is er heel veel verbeelding nodig om er iets figuratief in te zien. Viracocha was trouwens een soort god, met baard en snor , wat geen Indiaanse kenmerken zijn. Het is een van de redenen waarom de spanjaarden dit volk zo gemakkelijk konden onderwerpen, want zij hadden wel haargroei op het gezicht waardoor de Inca's dachten dat hun god was teruggekeerd.
Enkele meters voorbij de rots liggen de ruïnes van een tempel, het labyrinth (La Chincana). Het is een wirwar van kamertjes en gangen waarvan nu alleen de muren nog rechtstaan.
De busrit naar La Paz is ook een beleving. In het donker, iedereen toeterend voorbijstekend, doorreen geschud op de vele omleggingen omdat aan de weg gewerkt wordt, bereiken we tegen 23u het busstation. Onderweg, in El Alto zien we apocalyptische taferelen: mensen die tussen de graafmachines aan een eetkraampje staan, wolkjes damp uitblazend van de kou, een troep van wel 20 honden die even verder in het ronde schijnsel van een straatlantaarn rond een berg opengescheurd vuilnis staan te eten, mensen die haastig hun weg naar huis zoeken en daarbij het verkeer moeten zien te ontwijken want auto's stoppen hier niet voor voetgangers, bussen niet voor auto's.
Gelukkig is er vervoer naar ons hotel geregeld en kunnen we snel in bed kruipen want morgen moeten we er al om 5u uit om onze vlucht naar de Amazone te halen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

