zaterdag 24 september 2016

Isla del Sol

Na een frisse nachtrust staan we op tijd op om te ontbijten want om 8u worden we opgepikt aan het hotel voor een 2-daagse naar Isla del Sol, een eiland op iets minder dan 2 uren varen van  Copacabana. Onze gids komt echter niet opdagen en dus laten we de receptionist naar het reisbureau bellen. 'Foutje, op de voucher staat 8u maar dat moet 11u30 zijn en dan krijgen we eerst een kleine tour in de stad en vertrekken om 13u30 naar het eiland'. Dit klopt niet. Ik kijk op de website van Kaleidoscope, ons reisbureau, en daar staat een dagtour naar het eiland met terugkomst dezelfde avond, met deze beschrijving. Dit is niet wat we besteld en betaald hebben en dus laat ik de receptionist terugbellen. (Awoe voor Proximus trouwens, want zelf blijk ik niet te kunnen bellen, de klantendienst is onbereikbaar - druk 1 voor dit, druk 2 voor dat, maar dat werkt niet - en volgens hun website antwoorden ze binnen de 10 dagen op mails). Kaleidoscope geeft nu toe dat ze fout waren en stellen voor om vandaag toch pas om 13u30 te varen en er dan morgen een volledige dag van te maken. Als gevolg zullen we wel pas om 23u terug in La Paz zijn.
Om 11u30 is onze gids er, ze spreekt perfect Engels, en we wandelen nog even naar de basiliek en de markt waar ze nog interessante dingen weet te vertellen. Nu weten we eindelijk wat al die vreemde eetwaren zijn die ze hier op straat verkopen. We lunchen aan het strand en stappen dan op onze privé-boot, die iets eerder vertrekt en ook sneller vaart - geregeld dankzij het plaatselijke reisbureau. In tegenstelling tot de normale boot, zet deze onze ook op een andere plaats af waardoor de klim naar het hotel iets eenvoudiger is. Gelukkig maar, want we hebben een veel te zware zak bij. Dit had ook duidelijker op voorhand mogen gezegd zijn.
Het hotel is heel basic en heeft maar 3 kamers, 3 kleine huisjes in feite, en een grote eetzaal met zicht op het meer.
zicht vanuit hotel
Rond half vijf vertrekken we voor een korte wandeling, door het dorp - het grootste van het eiland - dat een aaneenschakeling van restaurants en hostals is, naar een uitkijkpunt vanwaar het hele eiland te zien is. Er zijn te veel wolken om te wachten op de zonsondergang, maar we zien in de verte wel de besneeuwde bergtoppen van de Andes, die de grens met het Amazonegebied afbakenen, tussen de wolken verschijnen. Die wolken zij  er altijd omdat de vochtige warme Amazonelucht hier opstijgt en condenseert.
We wandelen terug, eten in het hotel en gaan dan weer vroeg slapen. Het is koud en de dekens wegens loodzwaar. Na een paar uren breekt er een onweer los en horen we de hagel tegen de ramen slaan.


vrijdag 23 september 2016

Copacabana

Een lange busrit van 4 uren, hobbelig door de vele wegenwerken en omleidingen, brengt ons naar het Titicacameer. Na drie uren rijden moeten we overstappen in een klein bootje terwijl de bus op een grote platte schuit rijdt om een korte oversteek naar een schiereiland te maken. De helft van dit eiland ligt in Peru en om geen grensovergang te maken kunnen we niet via land. We rijden wat de hoogte in met het meer aan beide zijden. Dan doorkruisen we het eiland en komen aan in Copacabana, een badplaats aan het meer.
Ons hotel ligt aan de zijkant van de stad, halverwege een heuveltje en vanuit onze slaapkamer hebben we een prachtig zicht.


Copacabana is niet zo groot maar heeft een naar verhouding grote basiliek,  helemaal in het wit met koepels van gekleurde tegeltjes. Erbinnen bevindt zich het beeld van de Virgen de Copacabana, een alom vereerd en bewierookt beeld dat nooit van zijn plaats mag komen teneinde geen onheil over de stad af te roepen. Een replica wordt wel regelmatig rondgezeuld door de straten. Het beroemde strand in Rio is trouwens naar deze heilige genoemd.
Voor de basiliek staan een aantal auto's versierd met bloemen en slingers te wachten op de zegening door de priester. In bruine monikkenpij besprenkelt hij een voor een de wagens, de motor (motorkap staat open) en het interieur, evenals de eigenaars die erbij staan en zelfs poseren voor een foto. Daarna wordt wat vuurwerk afgestoken en vloeit er rijkelijk bier, ook over de auto. Trots laten de gelukkigen de foto's, die ter plaatse worden afgedrukt, aan mekaar zien.
We lopen naar het strand dat bezaaid ligt met pedalo's in verschillende vormen: zwanen, eenden en kajaks. In het water liggen kleine bootjes. Op de dijk staan verschillende kraampjes waar forel kan gegeten worden. Wat verder is het ene terrasje naast het andere waar gedronken en gegeten wordt in een lekker warm zonnetje.
Tegen de avond lopen we terug naar ons hotel en zetten ons nog wat in de tuin (in hangmatten) waar deze twee huisdieren rondlopen:

De zon is nog niet onder maar het wordt snel te fris om nog buiten te blijven. Vanavond eten we in het restaurant boven onze kamer, met zicht op de baai.

donderdag 22 september 2016

Tiwanaku

Vandaag staat een trip naar Tiwanaku op het programma, een oude site waar overblijfselen van piramides en tempels van de Tiwanaku - voorlopers van de Inca's - te vinden zijn. De Tiwanaku hadden van 1000 voor tot 1300 na Christus een rijk dat het zuiden van Peru, Bolivia, noord-Chili en noord-Argentinie omvatte. Er is spijtig genoeg niet veel van overgebleven. Het huidige Tiwanaku, een dorpje naast de site is bijna volledig met stenen van de oude beschaving opgebouwd.
Het museum en de site van Tiwanaku liggen op 75km van La Paz, maar door het drukke verkeer doet onze bus er dubbel zo lang als gepland over waardoor we niet meer genoeg tijd hebben om alles rustig te bekijken.
In het museum is nog een grote monoliet te zien die echter jarenlang in het centrum van La Paz heeft gestaan waardoor hij erg verweerd is. Sinds een paar jaren staat hij beschermd in het museum en nu mogen er zelfs geen foto's van worden genomen. Andere beelden op de site zijn nog maar een paar jaren 'beschermd' door een touw op een halve meter afstand en zijn voordien bekrast met grafitti.
De site is door Unesco beschermd maar is toch wel een tegenvaller.

Op de terugweg laten we ons in El Alto afzetten om de Teleferico te nemen. Sinds een paar jaren zijn er kabelliften gebouwd om de hoogtes in La Paz gemakkelijk te overbruggen en het verkeer te verminderen. Momenteel zijn 3 lijnen klaar, maar er zijn plannen voor in totaal 9 lijnen. Voor 3 bolivianos (50 eurocent) maak je een spectaculaire rit over de daken van de stad in een gondel van 8 personen. Een mooie verwezenlijking van Evo Morales.
's Avonds gaan we in de buurt van het hotel eten in een restaurant dzt door een hollander en zijn boliviaanse vrouw wordt uitgebaat. Het wordt een van de beste maaltijden op deze reis. Een aanrader: Luciernagas.

woensdag 21 september 2016

La Paz

Vandaag staat er niets op het programma en dus wandelen we naar het centrum. Ons hotel ligt op 10 minuten (bergop) van de kathedraal. Er is veel verkeer maar toch lijkt er veel minder smog te zijn dan in Sucre of Potosi. Dat we de hoogte ondertussen gewend zijn zal ook wel meespelen.
Aan het plein, naast de kathedraal, liggen verschillende politieke gebouwen: de senaat en het presidentieel paleis waar Evo Morales dagelijks zou te vinden zijn. Beiden zijn niet toegankelijk voor publiek en worden driedubbel bewaakt: de originele 'zwitserse' wacht in rood uniform en met antiek geweer en sabel, daarnaast militaire politie met wat modernere wapens en er lopen ook agenten in burger rond - zonnebril en oortje inbegrepen.
De kathedraal is nogal kaal vanbinnen maar oogt wel imposant. Verder loopt de weg terug wat naar beneden en via een wandelstraat vol kraampjes komen we aan een drukke vierbaansweg die midden door de stad loopt. Onder deze weg loopt een rivier die vroeger de stad in twee splitste. Het deel waar we nu naar oversteken was traditioneel voor de indigenios, vooral Aymara (naast Quecha de grootste groep indianen in Bolivia). Nu is dit het toeristische hart van de stad. Twee kruisende wegen zijn een opeenvolging van reisbureau's, straatverkopers, textiel- en souvenirwinkels en, een beetje hogerop, de heksenmarkt waar allerlei magische en alternatieve middeltjes worden verkocht (waaronder ook weer de lama-foetussen).
La Paz ligt in een dal, althans daar is de stad begonnen, en strekt zich uit over de omliggende bergflanken die op sommige plaatsen heel steil zijn. Het centrum is echter nogal klein en op een half uur loop je van de ene naar de andere  kant van de centrum-kaart, zij het wel altijd bergop of -af.
In de namiddag bezoeken we het San-Francisco museum, gelegen naast de gelijknamige kerk. Dit is een oud franciscanenklooster dat momenteel nog altjd bewoond is (alhoewel de verplichte gids op de 3 jaar dat ze er werkt er nog maar 1 gezien heeft). We beklimmen de klokkentoren voor een zicht op de stad en de omliggende daken.
Later op de namiddag breekt er een onweer los - onze eerste echte regen in Bolivia - en dus duiken we een mexicaanse bar-restaurant binnen, gerund door een Belgische ex-voetballer aan de foto's en bieren te zien. Het onweer duurt niet lang en de zon komt er al terug door. We wandelen nog wat door de winkelstraten, kopen een muts en gaan iets eten.
Nadien lopen we in het duister en de kou terug naar ons hotel waar we de jacuzzi willen proberen, maar wanneer hij is volgelopen merken we dat er zich aan de zijkant een plas water vormt. Het ding is lek en dus laten we het water er snel uitlopen en houden we het bij een douche.

dinsdag 20 september 2016

Witter

We rijden vanmorgen terug de zoutvlakte in, naar een ander eiland, Isla Incahuasi. Dit is helemaal bezaaid met grote cactussen, tot wel 6 meter hoog (en aangezien een cactus ongeveer 1cm per jaar groeit, kan je de leeftijd wel berekenen). Een uur erheen, een uur terug en alleen maar een witte vlakte die zonder zonnebril niet te bekijken valt.

We stoppen om wat speciale foto’s te maken. Door het felle licht valt het perspectief weg en dit geeft speciale effecten op de foto, voor zover ze gelukt zijn.

We passeren nog langs een ander zouthotel dat ondertussen een museum is geworden waar niet veel te zien is. Vlakbij staat een zouten monument ter ere van de Parijs-Dakar passage (editie Zuid-Amerika) van enkele jaren terug. Dit jaar komen ze hier opnieuw voorbij. Wat verder stoppen we aan de Ojos de Sal, gaten in het zout waar water omhoog borrelt door de druk die de zouten plaat uitoefent op het onderliggende meer.

Het is iets na de middag wanneer we in Uyuni aankomen, een stadje dat voornamelijk uit reisbureaus bestaat, waar we nog tot 18u moeten wachten tot we naar de luchthaven worden gebracht voor onze vlucht naar La Paz. Het weer begint hier te veranderen – donkere wolken, wind, enkele druppels regen. 

Onze vlucht heeft 10 minuten vertraging en rond 21u15 landen we in El Alto, een voorstad van La Paz, die op 4150 ligt. Onze taxi staat ons op te wachten en brengt ons op een halve uurtje via 1 lange afdaling tot 3650 meter naar ons hotel. En hier toch weer een verrassing: we krijgen een suite op de 6de en hoogste verdieping. Niet dat dit zoveel voorstelt - de kamer is kleiner dan die in Sucre bijvoorbeeld - maar er is verwarming en er staat een jacuzzi naast het bed.

maandag 19 september 2016

Wit

We beginnen de dag met een lange afdaling door de Pampa Silosi (een hoogvlakte woestijn van lava-grind) tot we stilaan terug begroeiing en leven tegenkomen. Nog voor de middag passeren we 4 laguna’s, met telkens wisselende hoeveelheden flamingo’s.

Tussen vreemde rotsen, waarop een laagje gesmolten steen lijkt te liggen, en met zicht op de nog actieve vulkaan Ollague (5869m) eten we ons middagmaal: kleine hamburgers met rijst en wat groenten, door Esperanza ter plekke klaargemaakt. De vulkaan stoot een constante pluim rook uit, maar omdat er wolken rondhangen is hier niet zoveel van te zien.

Vervolgens rijden we dwars door een kleine zoutvlakte, waar middendoor de spoorlijn van Uyuni naar Chili loopt. Deze wordt vooral gebruikt om mineralen van Bolivia naar Chili te exporteren. We zien een locomotief uit en een volle trein naar Chili rijden.

Dan rijden we door een groot koraalveld: een vlakte bezaaid met versteende koralen en nog wat verder bezoeken we een kleine grot waarbinnen een zeer bizarre versteende onderwaterwereld te zien is. Lang, heel lang geleden, zijn op deze plaats 2 tektonische platen gebotst en hebben daarbij de Andes gevormd. Dit gebied en deze grot lagen toen nog onder water, maar bevinden zich nu op 3700m hoogte.

Het is al laat in de namiddag wanneer we aan de Salar de Uyuni (of Salar de Tunupa, naar de nabijgelegen vulkaan genoemd) komen en we beginnen aan een uren durende oversteek van zuid naar noord. In dit westelijke deel van de zoutvlakte liggen een aantal eilanden. Het eerste dat we bezoeken, een rots van 50m hoogte, is volgens Carlos uniek omdat errond het zout in plakken is omhooggekomen, waardoor dit op een zee van bevroren golven lijkt. In de openstaande spleten vinden we zoutkristallen. Een volgende eiland is veel groter (1km op 3km), maar hier rijden we gewoon omheen, verder naar het noorden waar, aan de rand van de vlakte en aan de voet van de vulkaan ons hotel ligt.

Midden in de vlakte stoppen we en wachten een uur op de zonsondergang, die een beetje verpest wordt door een grote donkere wolk. In de schemering rijden we verder naar ons hotel maar wanneer we er aankomen blijkt dat er niets gereserveerd is. We moeten in een ander hotel zijn, helemaal aan de andere kant van de zoutvlakte en bijgevolg rijden we een uur lang (80km) door niets, richting oosten. Het enige licht komt van de koplampen van de jeep. Links, rechts, nergens is iets te zien. Een hypnotiserend uur lang het eentonige gezoem van de autobanden over de vlakke zouten weg, tot we uiteindelijk wat lichtjes zien verschijnen.

Ons hotel is het Palacio de Sal, het eerste hotel ter wereld gebouwd met zout en het is werkelijk een paleis. Alles - muren, vloeren, bedden - is van zout gemaakt. Het plafond boven onze bedden is een koepel van opgestapelde zoutblokken. De douche is warm, er is elektriciteit, in het restaurant worden we bediend door pinguins. Dit is een onverwachte luxe op deze 4-daagse tocht.

Oorspronkelijk was het plan om rond 5u te vertrekken om de zonsopgang te zien, maar omdat er wolken hangen zien we hier van af en houden we het op 8u.


zondag 18 september 2016

Hoger

Alhoewel er twee bedden in de slaapkamer staan, kruipen we toch samen in een te smal bed om het vannacht niet te koud te krijgen (volgens de brochure zakt de temperatuur hier tot -20°C). Het bed is te smal, de dekens te zwaar,  de wekker te vroeg. Onder een volle maan vertrekken we op het afgesproken uur en bereiken onze eerste stop in het schemerduister, hetgeen wel bijdraagt aan de sfeer: het is namelijk een verlaten mijndorp dat nog tijdens de Spaanse kolonisatie in gebruik is genomen en snel daarna verlaten werd. Normaal moet er inkom betaald worden maar op dit vroege uur kunnen we zo doorrijden.

We rijden verder naar het zuiden richting Nationaal park Eduardo Avaroa.  De ganse dag zullen we op grote hoogte blijven. Het ontbijt eten we naast de jeep op een hoogte van 4500m met op de verre achtergrond het Andesgebergte dat de scheiding met Chili vormt.

In het park rijden we voorbij verschillende laguna’s. Dit zijn kleine tot grote meertjes die door verschillende mineralen gekleurd zijn. Op het meest zuidelijke punt, aan de voet van een vulkaan (pal op de grens met Chili)  ligt het giftige Laguna Verde, mooi groen gekleurd door onder andere arsenicum. Ernaast ligt Laguna Blanca (ook groenachtig maar niet giftig: hier leven wel dieren in, op en rond). In vrijwel alle laguna’s die we passeren zitten flamingo’s, maar in de laatste en mooiste, Laguna Colorada, zien we de meeste.


Vrijwel heel de dag rijden we door woestijn: soms begroeid met wat geel-groen gras zoals de vorige dag, soms wit-geel zand met hier en daar wat rots-torens (de Dali-woestijn), soms kilometers lang fijn steengruis waar we een van de vele parallel lopende bandensporen volgen.

Op het hoogste punt van de reis wandelen we even tussen geisers en borrelende modderpoelen. We zitten hier op 4960m. en moeten gelukkig niet al te veel inspanning doen. Het in- en uitstappen veroorzaakt al genoeg gehijg.


We eindigen vandaag in Hotel Del Desierto, een midden in de woestijn gelegen gebouw waar enkel zonne- en windenergie is (tot 10u ’s avonds), maar met een knappe eetruimte met grote glazen wand waarachter we de woestijn en de verder gelegen bergen zien. Het hotel ligt op 4650m hoogte en dat merken we. Nog maar simpelweg afdrogen na de douche moet een paar keer onderbroken worden om terug op adem te komen.

In de tegenstelling tot het vorige hotel waar we de enige gasten waren, lijkt dit hotel vol te zitten en er is dan ook overal verwarming. Het wordt nog eens een nacht zonder bibberen.