maandag 12 september 2016

Dood

Sucre mag dan wel de officiƫle hoofdstad zijn, ze telt maar 200.000 inwoners en het oude gedeelte dat in een dal ligt is niet zo groot, waardoor we al na een kwartiertje stappen aan het aan de rand gelegen kerkhof kwamen.
Heel speciaal hier zijn de 5 tot 6 rijen hoge grafmuren, waar elk graf uit een glazen deur van 50 bij 50cm bestaat, die een kleine nis afsluit waarin, naast de naam en overlijdensdatum en vaasjes met bloemen vooral de gepersonaliseerde memorabilia opvielen. In de kindergraven was dit een uitstalling van speelgoed - van barbiepoppen tot kleine cars-autootjes, van kleine dino-poppetjes tot speelgoedsoldaatjes. In de volwassenen graven vielen vooral de kleine gevulde glaasjes en miniflesjes coca-cola en bier op. Hier en daar waren mensen bezig de inhoud te verversen - bloemenvaasjes werden uitgewassen en ververst, het raam werd gepoetst en waar dit nodig was werd de hulp ingeroepen van jonge kereltjes die met een laddertje rondliepen zodat de hoogste rijen ook te bereiken waren.
Achter deze nissen bevonden zich de kisten, die met een afdeksteen en wat mortel en witte pleister afgesloten werden. Dit inmetselen hebben we zien gebeuren toen er plots een lijkwagen met een stoet jammerende en huilende, volledig in het zwart geklede mensen kwam aangereden en aan een lege nis stopte. De familie probeerde duwend en trekkend zo dicht mogelijk bij de kist te komen die achter in de open wagen vervoerd werd. Hierachter volgde de best wel mooie muziek van een groepje van 5 mariachi's - in geel versierd pak en met sombrero: een zanger, 2 gitaren, een trompet en een accordeon -  en aangekomen bij het graf stortten de naasten zich luid wenend en roepend op de kist, waarna die door enkele arbeiders - in werkpak en met gele helm - de hoogte werd ingeduwd om in een nis te worden geschoven. Allen droegen de lokale kleding - rokken, poncho's, hoeden - maar dan volledig in het zwart en vormden een rij om de familieleden te groeten. Een van de jongere kerels met de ladders begon onmiddellijk de naam op de verse pleister te schrijven en gebruikte als pen de steel van een van de bloemen die hij uit het ernaast gelegen graf pikte.
Nog geen 10 minuten later kwam er een tweede lijkwagen aangereden, dit keer gevolgd door een veel kleinere groep - veel stiller en ingetogener en aan de kleding te zien ook veel 'moderner'. Een groot contrast met de eerste groep.
Omdat de stad toch kleiner leek dan gedacht zijn we vervolgens 2km verder naar een uitzichtpunt gestapt. En omdat een uitzichtpunt traditioneel hoog ligt, hebben we flink gezweet om de steile straten op te geraken. We liepen heel de tijd langs de rand van de stad en passeerden daarbij de gevangenis. Op de hoeken van de straat stonden zwaar bewapende agenten - die ons gewoon lieten passeren - en voor de poort van de gevangenis stond een watertruck te bevoorraden. Een groep gevangenen was onder het oog van wel 5 bewakers het water via grote teilen van de truck naar binnen aan het sjouwen.
Het uitzichtpunt lag op een plein, met een kerkje en museum aan een kant en een schaduwrijke gaanderij aan de andere. Het was ondertussen  middag en snikheet maar gelukkig was er een klein bar-restaurant met terras - een van de zeldzame terrassen - met zicht op de stad waar we de ergste hitte konden uitzitten.
Onze volgende stop was terug dichter bij het centrum waar we als enige bezoekers het kleine museum van lokale kunst - museo de arte indigena - bezochten: voornamelijk weefkunst en traditionele muziekinstrumenten. Aan een weefgetouw werd een typisch Jal'qa tapijtje gemaakt en aan de tijd die het kostte om 1 rij draad te weven werd het duidelijk waarom deze stukken zo duur zijn.
Jal'qa motief

De rest van de dag hebben we wat geluierd op het centrale plein en zijn we weer vroeg in ons bedje gekropen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten